Meerdere talen: is het niet te veel voor mijn kind?

26-11-2017

Vaak zijn we zo bezorgd over de ontwikkeling van onze kinderen, dat ze het zeker goed doen op school en ook later succesvol worden, dat we bereid zijn om redelijk zware beslissingen te nemen, ook wat taal betreft. Ik heb op bepaald moment ook zo'n zware beslissing genomen, ik geef het eerlijk toe, toen ik met mijn destijds 2-jarige zoontje naar het Nederlands overschakelde in plaats van het Russisch, mijn moedertaal. Uit angst dat zijn taalontwikkeling zou trager zijn dan bij zijn leeftijdsgenootjes.

Taal - de meerderheidstaal (het Nederlands in Vlaanderen)- is zo belangrijk op school en later op het werk, dat we soms bereid zijn om de "extrabelasting" van in het gezin aanwezige minderheidstaal zo beperkt mogelijk te houden. Want waarom is dat Russisch (Arabisch, Chinees...) nog nodig voor onze kinderen? Ze zijn nu toch in België en gaan waarschijnlijk niet meer terug naar ons land van herkomst, tenzij naar hun oma en opa.

Op school raden de leerkrachten ons soms ook aan om thuis zo veel mogelijk Nederlands met de kinderen te spreken, hoewel voelt het wat raar aan als het niet je moedertaal is... Sommige (oudere) kinderen vinden het ook echt niet cool als hun ouders "rare talen" spreken in de bijzijn van de andere kinderen ("Mama, spreek alstublieft geen Russisch tegen mij, als je me aan de school afzet", - zei eens mijn oudste zoon).

Veel twijfels duiken ook op, als het kind iets later begint te spreken, iets minder woorden blijkt te kennen dan zijn leeftijdsgenootjes, de talen mengt en "foutieve" taalconstructies gebruikt (dus alle kenmerken vertoond van meertalige taalontwikkeling). En dan kiezen we er soms voor om het kind niet te verwaren en maar een (meerderheids-)taal met het te spreken.

Echter uit recente onderzoeken blijkt, dat onze zorgen helemaal ongegrond zijn. Het kind kan moeiteloos twee, drie ... talen opnemen (natuurlijk als er voldoende kwalitatief taalaanbod en interactie is). En dat het ook veel voordelen zowel voor de algemene als talige ontwikkeling van het kind heeft (ook op latere leeftijd!).

Wat zijn die voordelen? Zijn ze al onze inspanningen waard? We zetten het aantal daarvan op een rijtje.

Meertaligheid en de hersenen

Omdat meertaligen constant tussen de talen heen en weer moeten switchen, is hun brein goed getraind en flexibel waardoor ze goed zijn in multitasking (Avila C., Costa A., Garbin G., 2010). Ze kunnen ook beter omgaan met onverwachte gebeurtenissen en passen zich sneller en gemakkelijker aan allerlei nieuwe situaties aan.

Daarnaast heeft recentelijk onderzoek in Nederland aangetoond (Blom et al., 2014) dat meertalige kinderen beter werkgeheugen hebben dan eentalige kinderen en zich beter kunnen concentreren.

De meertalige kinderen hebben al vanaf zeer jonge leeftijd de capaciteit om over talen na te denken en de verschillen waar te nemen. De capaciteit tot reflecteren over taal, naar de onderliggende structuur van de taal kunnen kijken, heet metalinguïstisch bewustzijn. Heel handig bij het (leren) lezen en schrijven! Echter is het alleen mogelijk als de verschillende talen gelijkwaardig zijn ontwikkeld door het kwalitatieve taalaanbod.

Symptomen van de ziekte Alzheimer gemiddeld 5 jaar later aan het licht komen bij meertaligen die hun hele leven lang meerdere talen spreken (Canadees onderzoek van Bialystok, Craik & Freedman, 2007). Meertaligheid maakt ons brein als het ware rekbaarder wat de pathologische effecten van dementie compenseert.

Meertaligheid en nieuwe talen

Meertalige kinderen leren makkelijker nieuwe talen. Ze kennen meer woorden (als we de woorden uit hun alle talen optellen), dan eentalige leeftijdsgenoten. In de nieuwe taal zullen ze dus meer kans hebben om een woordje te herkennen dat lijkt op het woord dat ze al kennen. De hersenen herkennen het woord al, bij wijze van spreken.

Ze kennen ook de grammaticale structuren die van elkaar verschillen en daarom zullen ze sneller dan eentalige kinderen de abstracte regels van een nieuwe grammatica eigen maken of ze koppelen aan de bestaande grammaticale systemen.

Meertalige kinderen hebben ook een groter klankenrepertoire en zullen voor een nieuwe taal sneller een "juiste" klank in hun repertoire vinden.

Staan de talen elkaar niet in de weg?

Alle taalsystemen in een hoofd van meertaligen zijn verbonden en staan in continu wisselwerking met een onafhankelijk niet-talig systeem dat uit concepten en beelden bestaat: common underlying proficiency (Cummins J., 1979). Zeg maar een centraal niet-talig kennis- en vaardigheden reservoir. Hoe rijker dit reservoir, hoe makkelijker het is om ook de nieuwe labels (nieuwe woorden) daaraan te plakken in gelijk welke taal, of bijvoorbeeld om te leren lezen (als kind al in een van de talen kan lezen).

Het wordt aangevuld door onze (leer)ervaringen, die vaak talig omschreven worden. Daarbij maakt het eigenlijk niet echt veel uit, in welke van jouw talen het dan gebeurt. Het transfer naar de ander taal is dan veel makkelijker, dan als je helemaal geen inhoud in je reservoir hebt.

Bijvoorbeeld, je gaat met je kind de eerste keer naar de zoo. Je ziet daar zo'n bijzonder dier als een olifant. Je brengt een nieuw concept bij je kind: je bespreekt wat je ziet, een dier met een slurf en fantastische grote oren; in welke landen dit dier woont, wat het eet, enz.

Dit allemaal heb je in taal X (je moedertaal bijvoorbeeld) met je kind besproken.

Na dit spannend weekend komt je kind naar school waar ze de nieuwe thema aansnijden (in de andere taal dan thuis, in ons geval - Nederlands): Afrikaanse olifanten. De woorden van de juf zijn nog nieuw voor je kind (stel, het heeft nog nooit over de Afrikaanse olifanten in het Nederlands gehoord), maar hij / zij snapt al snel waarover het gaat (dat dier met gigantische oren en een slurf, hij woont in Afrika en India, eet zoveel kilo's fruit per dag...) wat maakt dat je kind de nieuwe woorden veel makkelijker kan linken aan deze inhoud en de herkenbare ervaring, dit beeld van de olifant. Het is veel simpeler, dan een volledig nieuw concept te creëren. En omgekeerd, de taal van school gaat op zijn beurt het niet-talige reservoir aanvullen, wat de taal van thuis ook verrijkt. Daarom is het belangrijk om in je "beste" taal met je kind te spreken, onder andere om ervoor te zorgen dat dit reservoir maximaal en kwalitatief zou verrijken.

Tot slot

Als we de opgesomde feiten bekijken, zien we dat onze bezorgdheid niet terecht is en dat onze inspanningen in meertalig opvoeden (en er zijn veeeeel inspanningen en uitdagingen!) meer dan goud waard zijn: onze meertalige kinderen krijgen extra- hersenentraining door de talen heen te switchen, ze zijn flexibeler en passen zich makkelijker aan de nieuwe situaties aan, hebben beter werkgeheugen en kunnen zich beter concentreren dan hun eentalige leftijdgenoten. Ze leren makkelijker nieuwe talen en op latere leeftijd kunnen ze succesvoller pathologische effecten van dementie compenseren als het ze overkomt (5 jaar later!!!). En zo veel is nog niet ontdekt...

De talen verrijken elkaar, ook in de hoofdjes van onze kinderen. De talen bieden onze kinderen een extra mogelijkheid om een rijker persoon te worden die meer dimensies hoort en ziet en ook meer mensen begrijpt, want het is zo veel vervat in taal...

Daria Ashurova


Dit artikel is geïnspireerd door het fantastische boek "Meertalig opvoeden" van Marinella Orioni (Van Gennep Amsterdam, 2015).

Andere bronnen:

Avila C., Costa A., Garbin G., et al (2010). Bridging language and attention: brain basis of the impact of bilingualism on cognitive control. NeuroImage, 53 (4), 1272-1278.

Bialystok, Craik & Freedman ( Neuropsychologia 45 (2007), 459-464)

Blom et al. (2014). "The benefits of being bilingual: Working memory of bilingual Turkish-Dutch children", Journal of Experimental Child Psychology 128: 105-119.

Cummins J., (1979). Linguistic interdependence and the educational development of bilingual children, Review of Educational Research, 49 (2), 222-251.